In dit artikel geef ik mijn visie over het werken met dubbele longe. Onderaan vind je een instructievideo met ingesproken uitleg.

Toepassing van de dubbele longe

Met een dubbele longe kan je het paard trainen, net alsof je er op zou zitten, maar toch onbelast laten werken, terwijl je tegelijkertijd kan kijken naar het paard. Over het algemeen is het zo dat dit werk makkelijker is met een paard dat voorwaarts is. Door het tegensturen wordt het paard namelijk afgeremd. Indien er dan niet voldoende basistempo aanwezig is, staat het paard al snel stil.

Met twee longes kan je de verticale balans onmiddellijk goed zetten door het paard naar binnen of naar buiten te sturen, met de stelling die nodig is om het paard verticaal recht te stellen. De binnenlonge bepaalt de grote van de volte, terwijl de buitenlonge zowel een sturende als een remmende functie heeft. Deze manier van werken is bij uitstek geschikt voor paarden die op de volte niet buigen, maar plat door de bocht willen gaan. Door eerst de balans te herstellen, verkrijg je de ontspanning, waarna het paard geleidelijk aan zal buigen.

Voor- en tegenstanders

Wie het internet afschuimt, zal al snel merken dat er veel voorstanders, maar eveneens veel tegenstanders zijn van het werk met dubbele longe.

De tegenstanders zijn van mening dat een strakke buitenlonge niet comfortabel rond het buitenachterbeen ligt en dat je door de hoek van de buitenlonge een te grote hefboomwerking krijgt waardoor het paard al snel in de krul getrokken wordt. Echter ligt de fout hier niet bij de longe, maar bij de verkeerde bediening van de longe.

Ik ben van mening dat je steeds moet zoeken naar het lichtst mogelijk contact op zowel de buiten- als de binnenlonge. Valt het paard naar binnen, dan is er niets mis mee om het paard recht te sturen, op voorwaarde dat je daarna weer loslaat. Hierdoor laat ik het paard op eigen benen lopen.

Als het paard zich sterk maakt en gaat lopen, is het niet verkeerd om hem met de buitenlonge tegen te houden tot hij afremt. Je bent namelijk nooit hard als je niet trekt, maar slechts tegenhoudt.

Fout is het echter wel als je voortdurend trekt aan de buitenlonge om het paard krampachtig en dwingend te doen nageven. Het enige resultaat kan hier enkel van zijn dat je een knik in de hals maakt, maar nooit een nagefelijk paard krijgt. Nagefelijkheid moet altijd het resultaat zijn van een losgelaten rugspier.

Geen hulpteugels nodig voor ontspanning

Als ik een paard longeer, wil ik altijd naar de ontspanning toe werken. Ontspanning betekent in deze zin dat het paard zich zowel lichamelijk, als mentaal op zijn gemak voelt en in alle rust kan bewegen.

Zoals ook op de video te zien is, heeft het fysieke kader een ongelofelijk grote invloed op het mentale kader. Als een paard zich niet buigt, zal het snelheid ontwikkelen en zich opspannen in het lichaam. Deze spanning gaat rechtstreeks door naar de hersenen, waardoor stress ontstaat.

Mijn doel bij het juist zetten van het verticale evenwicht is om het paard in een fysiek kader te brengen, waardoor het paard in staat is de rug te ontspannen. Een ontspannen rug zal automatisch leiden tot een nagefelijk paard dat vanzelf de hals laat zakken.

Net daarom is het per defenitie fout om een paard met hulpteugels naar beneden te vragen (dit geldt trouwens ook rijdend). Dit betekent zoveel als de ontspanning willen afdwingen.

Nog veel fouter is het om het paard al vanop de zadelplaats met hulpteugels bij te zetten! De spieren zijn namelijk nog niet opgewarmd, waardoor deze automatisch overvraagd worden. Daarnaast is het ook onverantwoord in het kader van veiligheid. Mocht het paard op weg naar de piste plots verschieten, kan het geen kant op, en in een blinde paniek is de kans tot schade heel groot.

Het maakt of kraakt

Een dubbele longe is een fantastische manier van trainen, op voorwaarde dat het op een juiste manier toegepast wordt. Als je de belangen van het paard voorop houdt, en steeds richting de ontspanning toe wil werken, zit je op het goede pad. Laat je echter nooit verleiden om de hoofd-halshouding prioritair te beschouwen en het paard in een bepaald model te forceren.  Veel meer dan een slecht plaatje zal het niet opleveren.

Om het werk met de dubbele longe zo goed mogelijk te doen slagen, wil ik tot slot volgende tips nog meegeven:

  • Draag steeds handschoenen bij het longeren. Dit geeft een betere grip op de longe, en verkleint de kans op brandwonden als het paard bruusk aan de longe trekt.
  • Neem steeds een longeerzweep bij jou tijdens het longeren. De zweep dient enkel en alleen om het paard voorwaarts te vragen!
  • Een longe mag nooit knopen bevatten. Deze zorgen voor een minder vlotte hantering van de longe.
  • Leg de musketon van de longe nooit in het zand of op de grond. Zand zorgt ervoor dat het veermechanisme stroef loopt, waardoor de musketon slecht afsluit
  • Leg de longeerzweep nooit op de grond, ook niet bij het van hand veranderen. De kans dat het paard er op stapt is groot.
  • Stap in het begin voldoende mee op jouw eigen volte. Pas als het paard goed aan de hulpen is, kan jouw eigen beweging verkleind worden.
  • Oefen het werken met dubbele longe steeds met paarden die het  systeem al goed kennen.
  • Werk steeds in een veilige omgeving met goed onderhouden materiaal

Veel kijkplezier!

Share