Wat is natuurlijke scheefheid ?

Net zoals wij mensen links- of rechtshandig en/of -voetig zijn, zo heeft ook ieder paard een natuurlijke scheefheid in zijn lichaam. Elk paard wordt van nature assymetrisch geboren, maar daarom niet allemaal met dezelfde scheefheid en gradatie van scheefheid.

In de natuur, en zonder ruiter op zijn rug, heeft het paard zo goed als geen last van de scheefheden in zijn lichaam. Integendeel, de scheefheden helpen het paard in de natuur. Paarden dragen van nature meer gewicht op de voorbenen dan op de achterbenen. Bij het grazen is dit ideaal en zorgt dit ervoor dat het paard vanzelf voortbeweegt doordat het zwaartepunt naar voor verplaatst wordt. Door de kromming in het lichaam zullen paarden in de natuur steeds in grote cirkels bewegen, wat hen steeds terug naar dezelfde plaats terug brengt.

Dimensies van de natuurlijke scheefheid

Laterale scheefheid

Ieder paard heeft een bepaalde buiging in zijn lichaam. Deze kan naar links of rechts zijn en soms zelfs een S-vorm beschrijven. Deze buiging noemt men de laterale scheefheid. Vanaf hier kan al gesproken worden van een links- of rechtsgebogen paard.

Kenmerken van een linksgebogen paard:

  • Het paard loopt makkelijker linksom dan rechtsom;
  • Op de linkerhand wil het paard steeds aan de rand plakken en loopt het over de schouder;
  • Op de rechterhand valt het paard op de binnenschouder;
  • De linkse rugspieren zijn kort en hard, de rechtse rugspieren zijn lang en slap;
  • Door de ongelijke bespiering schuift het zadel naar de slappe kant (rechts) op de rug;
  • Aan de bolle kant (rechts) lijkt het alsof het paard het bit vastpakt, waardoor er meer druk op de rechterteugel staat dan op de linkerteugel.

Voor een rechtsgebogen paard geldt het omgekeerde.

Horizontale scheefheid

Een paard draagt van nature 3/5 van hun lichaamsgewicht op de voorhand en 2/5 op de achterhand. Dit noemt men de horizontale scheefheid. Zoals eerder gezegd, helpt dit het paard in de natuur om automatisch voort te bewegen.

Zonder ruiter op het paard, zal het paard nooit problemen ondervinden van het op de voorhand lopen. Problemen ontstaan pas van zodra er een ruiter op het paard zit en deze het paard niet recht richt.

Symptomen van een niet horizontaal rechtgericht paard:

  • Het paard hangt op de teugels en gebruikt deze als vijfde been;
  • Het paard struikelt frequent;
  • Het paard tikt de voorhoeven aan met de achterhoeven;
  • Vertragende overgangen (galop-draf en draf-stap) verlopen stroef omdat het paard op de voorhand valt.

Links- of rechtshandigheid van het paard

Deze scheefheid vertoont zich in de voorhand en is te vergelijken met de links- of rechtshandigheid bij de mensen. Rechtshandige paarden hebben een beter coördinatie met hun rechtervoorbeen en zijn hier ook sterker mee dan met hun linkervoorbeen. Linksgebogen paarden zijn meestal rechtshandig, rechtsgebogen paarden zijn meestal linkshandig.

Deze scheefheid ontstaat al bij het veulen: grazende veulens staan vaak al met één voetje naar voor en één voetje naar achter. Dit noemen we het graasvoetje.

Scheefheid in de achterhand

Paarden hebben van nature een meer stuwend en een meer dragend achterbeen. Dit is te vergelijken met hoe wij als mens het liefst met een step rijden. Ook wij verkiezen om steeds hetzelfde been op de step te hebben, en het andere om ons voort te duwen.

Kenmerken van de scheefheid in de achterhand:

  • Het dragend been is buigzamer, het stuwende been is stugger en steiler;
  • Het ene achterbeen treedt makkelijker onder de massa dan het andere;
  • Voornamelijk tijdens het draven, zal het zwakke achterbeen soms wegzakken;
  • Paarden met een zwakke achterhand kunnen moeilijk galopperen.

Torpedo shape

Paarden zijn smaller in de voorhand dan in de achterhand, net zoals een torpedo. Van bovenaf bekeken beschrijft het paard een driehoekige vorm, waarbij de schouders smaller zijn dan de heupen. Hierdoor zal een paard in zijn natuurlijke scheefheid steeds één been buiten de massa plaatsen, waardoor de voorwaartse impuls van de achterbenen schraag op de voorhand komt en het paard hierdoor zijwaarts zal sporen, net zoals een krab doet.

Een grote fout is dus om een paard niet rechtgericht op de hoefslag langs de wand te rijden. Hierbij zal hij met zijn schouders aan de wand kleven, wat extra onbalans met zich meebrengt. Een binnenachterbeen dat buiten de massa treedt, kan niet goed onder de massa treden en dus ook geen gewicht opnemen. Net deze draagkracht is nodig om de ruiter correct te kunnen dragen. Daarom is het belangrijk om steeds de voorhand correct voor de achterhand te plaatsen.

Diagonale scheefheid

De  voorgaande scheefheden -laterale scheefheid, scheefheid in de voorhand, scheefheid in de achterbenen en torpede shape- zorgen ervoor dat er in beweging een diagonale onbalans zal ontstaan bij het paard. Het zwaartepunt zal een diagonale verschuiving kennen vanuit één achterbeen richting één voorbeen. Het paard zal hierdoor achter het zwaartepunt aan beginnen lopen

Kenmerken van diagonale scheefheid bij een linksgebogen paard:

  • Het zwaartepunt verschuift richting het rechtervoorbeen;
  • Op de volte links zal het paard over de schouder lopen en de volte steeds grote willen maken (centrifugale krachten);
  • Op de volte rechts zal het paard op de schouder lopen en de volte steeds kleiner maken (schaarkrachten).

Verticale scheefheid

Door de (diagonale) verschuiving van het zwaartepunt zal het paard scheef lopen ten op zichte van de grond, in plaats van verticaal loodrecht. Een niet-rechtgericht paard kan niet correct buigen in de wending en zal zich dus laten vallen. Net zoals bij een moto, zal hij bij dit vallen zijn snelheid moeten verhogen om niet om te vallen.

Vaak wordt dan gezegd dat het paard zomaar gaat lopen, maar in feite is het pure logica: als mens kan je geen rechte lijn rijden met de fiets terwijl je tien graden naar binnen hangt, en toch willen wat dat met onze paarden wel doen. Een grote fout is dus zeker om als ruiter te gaan tegenhangen om in evenwicht te blijven. Tegenhangen veroorzaakt een enorme spanning in de rug.

Verkeerde verhouding rug- en buikspieren

Als we een paard in zijn natuurlijke scheefheid berijden, ontstaat er door bovengenoemde scheefheden een enorme spanning in het lichaam. Hiermee zet het paard zich als het ware schrap om niet te vallen. Om niet te vallen, moet het paard zijn hoofd en hals als roer gebruiken om tegengewicht te bieden aan het vallen.

Tijdens de onbalans zal het paard zijn hoofd omhoog brengen, waarvoor hij zijn rugspieren voortdurend moet aanspannen. Hierdoor ontstaat de typische weggedrukte rug en slappe buikspieren.

Ongecorrigeerd kunnen deze scheefheden veel problemen opleveren. Hier lees je alvast enkele veel voorkomende gevolgen en symptomen van een niet-rechtgericht paard.